Door Emily Faber
Verhalen vertellen doen we al eeuwen
Al zolang mensen bestaan, vertellen we verhalen. Eerst mondeling, later met tekeningen en uiteindelijk ook met tekst.
Wie aan strips denkt, denkt vandaag misschien aan Donald Duck, Kuifje, Suske en Wiske, Garfield of een van de vele graphic novels die tegenwoordig verschijnen. Maar de behoefte om verhalen met beelden te vertellen, is natuurlijk veel ouder dan de moderne strip.
Denk bijvoorbeeld aan grottekeningen. We weten niet precies waarom deze werden gemaakt. Misschien hadden ze een rituele betekenis, misschien werden ermee gebeurtenissen of jachttechnieken weergegeven. Het waren nog geen strips zoals wij die nu kennen, maar je kunt ze wel zien als een vroege vorm van verhalen vertellen met beelden.
Ook in het oude Egypte werden gebeurtenissen en verhalen afgebeeld in opeenvolgende scènes. Later zien we beeldverhalen terug in de Klassieke Oudheid en in de Middeleeuwen, bijvoorbeeld in reliëfs, wandtapijten en geïllustreerde manuscripten.
Beeld en verhaal horen dus al heel lang bij elkaar.
Wanneer ontstond de moderne strip?
Dat is een lastigere vraag dan je misschien denkt.
Er bestaat niet één moment waarop iemand ineens besloot: vanaf vandaag hebben we strips.
De moderne krantenstrip ontstond aan het einde van de negentiende eeuw, vooral in de Verenigde Staten. Krantenuitgevers vochten om lezers en probeerden elkaar te overtreffen met opvallende illustraties, nieuwsverhalen en steeds populairdere stripfiguren.
Een belangrijk voorbeeld is The Yellow Kid van tekenaar Richard F. Outcault.
The Yellow Kid verscheen in 1895 in de Amerikaanse krant New York World en wordt vaak genoemd als een van de eerste belangrijke terugkerende stripfiguren in een krant. De populariteit van deze strip hielp mee aan de opkomst van de Amerikaanse krantenstrip als massamedium. (loc.gov)
Daarna ging het snel.
Kranten ontdekten dat mensen niet alleen het nieuws wilden lezen, maar ook iedere dag of iedere week wilden terugkomen voor hun favoriete personages.
Eigenlijk niet zo heel anders dan wij nu een serie blijven kijken omdat we willen weten hoe het verdergaat.
Strips komen naar Nederland
Ook in Nederland werden strips in de eerste helft van de twintigste eeuw steeds populairder.
Aanvankelijk kwamen veel stripverhalen uit buitenlandse kranten en tijdschriften, maar langzaam ontstond er ook een eigen Nederlandse stripcultuur.
Een van de eerste Nederlandse stripbladen was Het Dubbeltje, dat in 1922 verscheen.
Na de Tweede Wereldoorlog groeide de belangstelling voor strips verder. Avonturenverhalen, humoristische strips en kinderbladen werden steeds populairder.
En toen verscheen in 1952 een eend die inmiddels bijna iedereen in Nederland kent.
Donald Duck komt naar Nederland
In oktober 1952 verscheen het eerste Nederlandse nummer van Donald Duck.
Dat was destijds best bijzonder. Een weekblad dat vrijwel helemaal uit stripverhalen bestond, was in Nederland nog nieuw.
De uitgever verspreidde het eerste nummer in een enorme oplage van 2,5 miljoen exemplaren onder lezers van het tijdschrift Margriet. De Nederlandse Donald Duck werd een succes en het blad verschijnt inmiddels al tientallen jaren iedere week. (kb.nl)
De eerste jaargangen bestonden vooral uit vertaalde Amerikaanse Disney-strips. Later kwamen er steeds meer verhalen van Nederlandse tekenaars en schrijvers bij. (kb.nl)
Dat vind ik persoonlijk ontzettend leuk om te bedenken.
Een stripblad dat mijn ouders en grootouders al kenden, ligt nu nog steeds iedere week in de winkel.
Mijn eigen liefde voor strips
Mijn eigen liefde voor strips begon al jong.
Ik weet eigenlijk niet eens meer wanneer ik mijn eerste Donald Duck of Suske en Wiske in handen kreeg.
Wat ik wel weet, is hoe leuk ik het vond dat ik strips van mijn moeder mocht overnemen. Inmiddels staat een flink gedeelte van mijn boekenkast ermee vol: losse nummers, albums en pockets.
En ja, voornamelijk Donald Duck.
Ik kan nog steeds met plezier een Donald Duck erbij pakken en even helemaal verdwijnen in Duckstad.
Misschien is dat ook wel een van de grootste krachten van strips.
Je hoeft niet uren geconcentreerd een dik boek te lezen. Een paar pagina’s kunnen al genoeg zijn om even in een andere wereld terecht te komen.
Strips zijn meer dan alleen vermaak
Strips hebben door de jaren heen veel meer gedaan dan mensen laten lachen.
Ze kunnen ook laten zien hoe mensen in een bepaalde periode naar de wereld keken.
Politiek, oorlog, armoede, liefde, geld, vriendschap en sociale veranderingen kunnen allemaal in strips worden verwerkt.
Satirische tekeningen en politieke strips worden bijvoorbeeld gebruikt om kritiek te geven op machthebbers of maatschappelijke problemen zichtbaar te maken.
Ook educatie speelt een rol.
Geschiedenis, taal of wetenschap kunnen door middel van beeld en tekst toegankelijker worden gemaakt. Zeker voor kinderen kan een strip soms een veel makkelijkere ingang zijn tot een onderwerp dan een pagina vol tekst.
Dat betekent niet dat strips automatisch simpel zijn.
Sommige graphic novels behandelen juist heel zware en complexe thema’s.
Het mooie is misschien juist dat het medium zoveel kanten op kan.
Nederlandse stripfiguren werden cultureel erfgoed
Nederland en België hebben door de jaren heen ontzettend veel bekende strips voortgebracht.
Denk aan:
- Suske en Wiske;
- Tom Poes en Heer Bommel;
- Jan, Jans en de Kinderen;
- Douwe Dabbert;
- Agent 327;
- en natuurlijk de vele Nederlandse makers die aan Donald Duck hebben gewerkt.
Veel van deze personages zijn inmiddels meer dan alleen figuren uit een stripboek.
Ze horen bij onze gezamenlijke herinneringen.
Je hoeft iemand maar te vragen of hij vroeger Donald Duck, Suske en Wiske of Jan, Jans en de Kinderen las en de kans is groot dat daar meteen een verhaal achter vandaan komt.
Een strip kan generaties verbinden
Dat merkte ik zelf toen ik onlangs een stripboek cadeau gaf aan mijn oma.
Ik was eerlijk gezegd behoorlijk verrast door hoe blij ze ermee was en hoeveel plezier ze had in het lezen ervan. Ze neemt normaal gesproken niet vaak de tijd om een boek te pakken.
Toen dacht ik ineens: misschien is dat ook wel waarom strips zo lang blijven bestaan.
Ze worden doorgegeven.
Mijn moeder gaf haar strips aan mij.
Ik lees verhalen die generaties voor mij ook al lazen.
En misschien geef ik diezelfde boeken ooit weer aan iemand anders.
Een strip kan daardoor een klein ankerpunt worden in je eigen familiegeschiedenis.
Iedere generatie leest misschien op een andere manier, maar sommige personages blijven bestaan.
Van kinderstrip tot graphic novel
Strips worden nog weleens gezien als iets voor kinderen.
Dat vind ik eigenlijk vreemd.
Het stripverhaal is inmiddels uitgegroeid tot een medium voor vrijwel iedere leeftijd.
Naast bekende kinderstrips bestaan er graphic novels over geschiedenis, politiek, oorlog, identiteit, psychologie en persoonlijke ervaringen.
Sommige verhalen bestaan uit honderden pagina’s en behandelen onderwerpen die net zo complex zijn als in een gewone roman.
Het verschil zit vooral in de manier waarop het verhaal wordt verteld.
Tekst en beeld werken samen.
Soms zegt één tekening meer dan een hele bladzijde tekst.
En verdwijnen strips ooit?
Ik denk het eerlijk gezegd niet.
De vorm zal waarschijnlijk blijven veranderen.
We lezen strips tegenwoordig niet alleen meer op papier. Er bestaan webcomics, digitale strips en verhalen die speciaal voor telefoons en tablets worden gemaakt.
Maar de basis blijft hetzelfde.
Iemand wil een verhaal vertellen en gebruikt daarvoor beelden.
Eigenlijk doen we dat al duizenden jaren.
Van tekeningen op een rotswand tot een strip op een smartphone.
Technologie verandert, maar onze behoefte aan verhalen blijkbaar niet.
Waarom ik strips blijf lezen
De geschiedenis van strips is veel groter dan ik in één artikel kan vertellen.
Er zijn duizenden tekenaars, schrijvers, personages en ontwikkelingen die allemaal hun eigen verhaal verdienen.
Maar misschien is dat juist het leuke eraan.
Er valt altijd nog iets nieuws te ontdekken.
Ik weet in ieder geval dat ik mijn verzameling voorlopig niet ga wegdoen. Ik blijf met plezier nieuwe en oude strips lezen en waarschijnlijk komt er zo nu en dan ook nog wel een Donald Duck-pocket bij.
Want of een verhaal nu uit honderden pagina’s tekst bestaat of uit een paar getekende vakjes:
verhalen vertellen en lezen blijft toch een van de leukste dingen die er is.
Bronnen
- Library of Congress – Comic Art: 120 Years of Panels and Pages
- KB – Donald Duck: het eerste nummer
- KB – Collectie Donald Duck
Lees ook van Emily Faber
- Waarom lezen jong en oud dichter bij elkaar brengt
- Werken met ouderen met dementie
- De keerzijde van roem: wat het podium met artiesten doet
- Politiek begint met luisteren naar de samenleving
- Als emoties lichamelijk worden: wat stress met je lichaam kan doen
Vind je onze artikelen handig?
Voeg Wijhoudenvanlezen.nl toe als voorkeursbron in Google en zie onze artikelen vaker terug in Google.
